Het was een doordeweekse dinsdagavond. Mijn dochter van drie zat op mijn schoot een boekje voor te lezen, de jongste kroop over de bank, en ik lag daar maar met buikpijn. Op een gegeven moment denk je gewoon: dit moet anders.
De avond die alles veranderde
Vier dagen per week werken, regelmatig sporten, redelijk gezond eten (dacht ik tenminste), en tóch lag ik minstens drie avonden per week op de bank met krampen en een opgeblazen gevoel. Mijn vrouw maakte zich zorgen en de kinderen begrepen er niks van. En ik vond het vooral vervelend, want je wilt gewoon normaal kunnen functioneren.
Dat is denk ik ook het punt waar het voor veel Nederlanders misgaat. IBS is onzichtbaar. Je ziet er gezond uit, je functioneert prima op het eerste gezicht, maar ondertussen voel je je beroerd. En niemand praat erover, want bij de koffieautomaat op kantoor heb je het over het weekend, over voetbal, over de kinderen. Niet over je darmen.
De zoektocht naar antwoorden
Lactose-intolerantie had ik al sinds mijn achttiende. Tijdens mijn studententijd werden de klachten erger, maar toen ik dat eenmaal wist, was het overzichtelijk: zuivel skippen en klaar. Jarenlang ging dat prima. Tot het gezinsleven begon en de combinatie van drukke dagen, korte nachten en meer stress alles weer terugbracht. Alleen lactose vermijden was niet meer genoeg.
Dus ging ik googelen. En als je dat doet met buikklachten, kom je niet zomaar uit bij een diëtist of een concreet plan. Je komt terecht op vage websites met wondermiddelen, supplementen waarvan je niet weet of ze werken, en blogs die je drie keer moet lezen voordat je snapt wat ze bedoelen. Alles in het Engels, alles versnipperd, en geen idee wat betrouwbaar is en wat niet.
Na maanden proberen ging ik uiteindelijk naar de huisarts. Bloedonderzoek, ontlastingsonderzoek, het hele programma. Geen duidelijke oorzaak gevonden. Pas daarna werd ik doorverwezen naar een diëtist die gespecialiseerd was in IBS en het FODMAP-dieet. Toen was ik al bijna een jaar verder.
Ondertussen had mijn moeder het boek Glucose Revolutie gekocht. Dat legde een heel ander stuk van de puzzel bloot: eetvolgorde, suiker in de ochtend vermijden, dat soort dingen. De combinatie van het FODMAP-dieet, meer bewegen, geen bier, geen knoflook en ui, minder suiker en de juiste eetvolgorde was uiteindelijk de sleutel. Maar het duurde dus wel een jaar voordat ik dat allemaal bij elkaar had.
En dan moet je ook nog uitvinden hoe je kookt zonder ui en knoflook, want probeer maar eens een pasta bolognese op tafel te zetten die je hele gezin lekker vindt zonder die twee ingrediënten.
Van persoonlijke frustratie naar een plan
Het idee voor HappyGuts is niet ontstaan in een vergaderzaal. Het ontstond op de bank, met een warm kussen op mijn buik en mijn telefoon in de hand. Ik dacht: als ik hier al maanden mee worstel terwijl ik gewend ben om informatie op te zoeken en te structureren, hoe moet dat dan voor iemand die dat niet gewend is?
Toen besloot ik alles wat ik had geleerd te bundelen. Niet als een droge opsomming van feiten, maar op de manier waarop ik het zelf had willen vinden: praktisch, in normaal Nederlands en zonder medisch jargon. Gewoon een plek waar je je op je gemak voelt en waar je het gevoel hebt dat iemand snapt waar je mee zit.
De holistische aanpak
Wat ik vrij snel ontdekte, en wat uiteindelijk het fundament van HappyGuts werd, is dat darmgezondheid over meer gaat dan alleen voeding. Op de dagen dat ik slecht had geslapen, had ik merkbaar meer last. Hetzelfde gold voor stressvolle werkdagen. Beweging hielp, maar eigenlijk alleen in combinatie met voldoende rust.
Daarom rust HappyGuts op vier pijlers: voeding, slaap, beweging en ontspanning. Het is nooit één ding dat het verschil maakt, het is de combinatie. En dat wilde ik ook zo laten zien op het platform, want dat verhaal wordt bijna nergens goed verteld.
Toen ik er op mijn werk openlijk over ging praten, bleken drie collega's precies dezelfde klachten te hebben. Drie, op een kantoor van vijftien mensen. Dat zegt genoeg over hoe wijdverbreid dit is.
Pieter, oprichter HappyGuts
Het gezinsleven als testomgeving
Het runnen van een gezondheidsplatform naast een jong gezin is niet altijd handig, maar mijn dochters zijn wel mijn allerbeste testpanel. Als mijn oudste van drie een recept niet lust, gaat het er gewoon af. Zo simpel werkt dat bij ons. En mijn vrouw leest alles mee: als zij zegt dat een tekst te veel op een folder lijkt, dan ga ik terug naar de tekentafel.
Het vierdaagse werkritme helpt daarbij. Op mijn vrije dag neem ik de kinderen mee naar het park in Vathorst of wandelen we op De Treek, en dan kook ik uitgebreid. Dat is eigenlijk ook het moment waarop de meeste recepten voor het platform ontstaan, gewoon tussen het bouwen van Duplo-torens en het snijden van courgette door.
Wat ik elke dag eet
Een vraag die ik vaak krijg: wat eet je dan zelf? Mijn ontbijt is bijna altijd havermout met blauwe bessen en een beetje ahornsiroop. Lunch is meestal een broodje met kipfilet en komkommer (saai misschien, maar het werkt). En 's avonds kook ik vers, meestal iets Aziatisch: rijst met kip, verse groenten, een simpel sausje op basis van sojasaus en sesamolie. Snel klaar, niet ingewikkeld, en het belangrijkste: het hele gezin eet het.
De toekomst van HappyGuts
Als mensen me vragen waar ik over vijf jaar sta, hoef ik daar niet lang over na te denken. Ik wil dat iemand die vanavond met buikpijn op de bank ligt, morgen op HappyGuts terechtkomt en denkt: hier kan ik wat mee. Geen ingewikkeld verdienmodel, geen grote plannen, gewoon een goed platform neerzetten voor mensen die vastlopen op dezelfde plek als waar ik ook vastliep.
En die pasta bolognese zonder ui en knoflook? Die is inmiddels echt beter dan het origineel, al zeg ik het zelf. Mijn oudste vraagt er specifiek om als ik ga koken, en dat vind ik eigenlijk het beste bewijs dat het werkt.

